Ron Roozendaal

maart 2018

Archief pagina voor maart 2018 door Ron Roozendaal
  • Geplaatst op

    Vandaag ontving ik een kopie van brieven aan de huisarts die me terugbrachten naar een periode die gelukkig achter me ligt. Ik schreef er vorige maand al over, maar toen vooral over de steun van de gemeente en van therapeuten bij de oplossing. Die oplossing was niet voor niets nodig en kwam na een teleurstellende ervaring met een gespecialiseerde kliniek.

    Soms gebeuren er namelijk dingen in het leven van kinderen die je niemand gunt. Mijn twee meiden overkwam het. Maar gelukkig zijn er mensen die gespecialiseerd zijn in de hulp die dan nodig is. Ik was heel erg blij met de vrijgevestigde en gespecialiseerde therapeuten die betrokken raakten. Met hart voor de kinderen en hun behoeften.

    Maar soms is ook dat niet genoeg. In mijn geval was dat begin vorig jaar zo. Dolblij was ik met de academische kliniek die toen opvang bood. Voor hen ook spannend: twee tieners met een pittig verleden en complexe hulpvraag. Ze hadden het nog nooit gedaan. Maar ze boden ze een tijd onderdak en stabiliseerden de situatie. Dat deden ze knap. Daardoor kwam er ruimte voor het aanpakken van de oorzaak. “We gaan net zo lang door als nodig is”, was de belofte. Maar daarbij dachten ze, zonder dat te zeggen: “dat is maar een paar maanden want langer mogen we niet”.

    Natuurlijk bleek dat niet zo, want trauma en hechting los je niet op met een paar sessies cognitieve gedragstherapie of een paar gesprekken met het gezin. Na een paar maanden werden we dus letterlijk in de steek gelaten. Midden in het proces. Want van “de regels” mag na verblijf de voortgezette behandeling niet lang worden voortgezet. Dat werd ons tenminste ineens verteld. Geen regels van de bekostigende gemeente, want die was gewoon bereid te betalen. Eigen regels blijkbaar. Los van de bedoeling van de regels, los van het belang van twee tieners. De tijd was op. Geen opvolging, geen nieuwe behandelaars in beeld en sterk geschaad vertrouwen bij twee toch al beschadigde tieners.

    Vandaag dus een eindbrief aan de huisarts waarin dat ook letterlijk als reden staat. Onverwacht, want dat geeft het wel erg bloot.

    “Als systeemtherapeuten konden we niet te lang doorgaan na de opname.”

    Het staat er echt. Gelukkig lukte het me andere therapeuten te vinden die het wel durven aangaan en was de gemeente bereid dat te helpen realiseren. Maar toch. Van welke regels mocht dat niet dan? En waarom dan niet verantwoordelijkheid nemen voor opvolging en voor het lot van de twee tieners? Tommie Niessen schreef een mooie blog over regels, en dat je die soms juist niet moet volgen. Hij besloot de regels te negeren omdat ze strijdig zijn met de bedoeling. Wat zou ik het gaaf gevonden hebben als ik mensen als Tommie was tegengekomen in de kliniek. En wat zou het mooi zijn als er een beweging op gang kwam van mensen in de zorg die werken volgens de bedoeling van de regels. Want de regel “we kunnen niet te lang doorgaan”, die bestaat helemaal niet. Niet in de regels van de Jeugdwet, niet in de regels van de Gemeente Den Haag die het geld verstrekt.

    Nee. De regel "we kunnen niet te lang doorgaan", die bestaat alleen in de bureaucratie van deze kliniek.

  • Geplaatst op

    Ken jij Secrid? Made in Holland en een succes in de hele wereld. Veel mensen lopen er mee. In 2009 was de leerindustrie bijna verdwenen richting lagelonenlanden. Nu worden deze functionele fashionstatements gewoon weer gemaakt in Nederland. Waaronder in de Sociale Werkplaats in Leiden. Door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een omgeving en met taken die op hen zijn afgestemd.

    Dat raakt me, ook persoonlijk. Ik was 8 toen mijn vader een ongeluk kreeg waardoor hij het werk dat hij deed niet meer kon doen. Een paar jaar later belandde hij op een sociale werkplaats. Aan de verkeerde kant, zoals hij zelf omschreef. De afstand tussen de ambtenaren en de medewerkers was er nog erg groot. Ik maakte kennis met mooie mensen die bevlogen en met veel plezier hun werk deden. Ze maakten ook toen al producten van hoge kwaliteit die veel mensen kennen. De BIOD-Caravan bijvoorbeeld.

    De beleving van mijn vader raakte mij als tienerzoon. Het is oprecht mooi dat we banen vormen rondom mensen met een beperking. Ik geloof daarom in de noodzaak van "Jobcarving". Maar hij bleef daarnaast naar mij herhalen dat voor een deel van de mensen met wie hij werkte, onder wie hijzelf, ook een gewone baan mogelijk was. Als er maar rekening werd gehouden met wat hij kon, en met wat hij niet meer kon.

    Vanwaar deze lange introductie? Afgelopen maand hadden wij zelf een vacature. Ik vertelde op sociale media dat ik hoopte dat ook ervaringsdeskundigen en mensen met een beperking zouden reageren. Logisch dat de reactie kwam: "dat kan niet bij deze baan en met deze taken. Je moet veel meer rekening houden met minder uren, beperkte opleiding, etc". Dat snap ik, niet voor niets geloof ik in "jobcarving". Maar ik ben een kind van mijn opvoeding en van het geloof dat er genoeg mensen met een beperking zijn die dezelfde resultaten kunnen bereiken als anderen, als we maar met hun mogelijkheden en onmogelijkheden rekening houden. Vandaar dat ik ook bij deze vacature hen opriep te reageren.

  • Geplaatst op

    Het was een grote bijeenkomst over de digitale overheid. Mijn groepje boog zich over burgerinitiatieven. Het voorbeeld dat op tafel kwam waren de buurt-whatsapp-groepen in Vlaardingen. Groepen waarin mensen uit een wijk elkaar op de hoogte houden van veiligheid in de buurt en van sociale initiatieven. Waar in de jaren 50 de sociale controle hoog was (ook door verzuiling) en die in de decennia daarna verminderde, brengen digitale initiatieven weer meer cohesie in de buurt. En het mooie: de overheid was er niet bij betrokken. De politie zorgde wel voor opvolging van signalen, maar bewoners begonnen en spraken elkaar zelf aan op dingen die niet konden. En de burgemeester? Die opende de borden in de wijken waarop staat dat er een buurts-whatsapp-groep is.

    Het is tekenend voor de nieuwe digitale werkelijkheid dat het gesprek niet meer ging over hiërarchie, macht en regie door de overheid of door de eigen zuil. In netwerken is er immers geen opperbaas. Maar hoe werkt dat dan, sturen in de digitale samenleving?

    Dat vraagt veranderend leiderschap. Er is niemand meer die de lijnen alleen kan uitzetten en met een duidelijk “fix it” acties in gang kan zetten. Er zijn meer mensen nodig voor het bereiken van doelen dan ooit. Soms kun je die nog samenbrengen in 1 ruimte om ze samen tot een oplossing te krijgen. Maar vaak is geen ruimte meer groot genoeg.

    Nieuwe leiders staan op, met andere competenties. Verhalen vertellen, bijvoorbeeld, die mensen boeien en ze bewegen tot samenwerking. Ze willen de individuele problemen van de praktijk kennen en ervaren om te komen tot oplossingen die voor iedereen werken. Ze denken daarbij niet alleen maar in termen van regels en systemen, maar kijken vooral ook naar de bedoeling daarvan. De namen die in mij opkomen hebben een paar dingen gemeen. Ze hebben een missie, een visie hoe die te verwezenlijken en slagen er ook in een beweging te creëren om dat in stappen en met experimenten waar te maken.

    Aan wie ik denk in de zorg? Aan mensen als de helaas veel te vroeg overleden Niels Schuddeboom bijvoorbeeld. Zie zijn Last lecture en je begrijpt waarom. Of Bas Bloem en Lucien Engelen. Allemaal mensen met een stevige inhoudelijke boodschap, oceanen van kennis en verhalen met een duidelijke bedoeling, missie en visie.

    Maar ze hebben nog iets gemeen. Ze laten zien dat het bij het hebben van impact in de maatschappij van vandaag niet gaat om de lone nut met een mooi idee. Of er echt een beweging ontstaat hangt af van de first followers (interessant kort filmpje!) die de beweging starten. En dan zijn we weer terug bij het begin: deze nieuwe leiders gebruiken de mogelijkheden van de informatiemaatschappij (zoals sociale media) om op basis van verhalen een beweging in gang te zetten die niet meer te stoppen is.

  • Geplaatst op

    De afgelopen weken gonsden de sociale media van onrust en onzekerheid over de AVG. Mogen artsen nog wel mailen met hun patiënten? En hoe zit het met de fax? En wat als mensen het zelf willen?

    De AVG verandert niet zoveel
    Het goede nieuws: de AVG verandert daar niet zoveel aan. Mensen krijgen meer rechten (zoals het recht op vergetelheid en de mogelijkheid om digitale data die over hen gaan op te halen en naar een ander te brengen) en de toezichthouders krijgen meer mogelijkheden voor handhaving en het opleggen van sancties zoals boetes.

    Maar de eisen aan gegevensbescherming veranderen niet ingrijpend. Wat al onder de WBP ter discussie stond blijft dat ook onder de AVG. Iedere professional of organisatie die gegevens vastlegt en uitwisselt moet daarin, op basis van privacy by design, een eigen afweging maken. Begrijpelijk is wel dat hogere boetes er toe leiden dat overwegingen uit het verleden nog eens tegen het licht worden gehouden.

    En mail dan?
    Laten we mail als voorbeeld gebruiken. Dat is niet zo veilig, zo schrijft Nictiz in een rapport uit 2015:

    “E-mail is uitgevonden in het prille begin van internet. Het ontwerp heeft in het geheel geen rekening gehouden met beveiliging. Een e-mail is te vergelijken met een ansichtkaart die iedereen die hem door de handen gaat kan lezen of zelfs veranderen. Iedereen die een ansicht verstuurt weet dat.”

    Maar niet iedereen die een e-mail stuurt weet dat die leesbaar is voor alle partijen in de bezorging. Mensen mogen er zelf voor kiezen, maar voor professionals is het verstandig om te overwegen of het beroepsgeheim niet in gevaar komt als ze ook antwoorden met een digitale ansichtkaart. Ook bij faxen worden fouten gemaakt (de verhalen van faxen die op foute bureaus belanden haalden in het verleden regelmatig de pers), maar tussen zender en ontvanger is afluisteren een stuk moeilijker. Het gaat vooral om de bewuste afweging dus.

    Veilig mailen kan!
    Veel zorgorganiaties kiezen al bewust voor veiligere mail. Zo kreeg ik als vader recent een mail over één van mijn dochters die via een beveiligde omgeving tot mij kwam. Minder makkelijk, maar ik begreep – zeker gezien de inhoud – dat de organisatie daarvoor gekozen had. Ik hoop wel dat er ook standaarden komen waardoor al die verschillende oplossingen met elkaar kunnen praten en er een landelijk dekkende oplossing voor veilige mail komt. Voor alle professionals, voor alle mensen.