- Geplaatst op
- • Digitalisering
Uitvinden kunnen we, nu nog vasthouden
- Auteur
-
-
- Gebruiker
- Ron Roozendaal
- Bericht van deze auteur
- Bericht van deze auteur
-
In 1996 begon een student aan de Universiteit Twente — waar ik zelf ooit ook studeerde — een website voor het boeken van hotels. Negen jaar later verkocht het team Booking.com voor 110 miljoen euro aan het Amerikaanse Priceline. Vandaag is dat van origine Nederlandse bedrijf meer dan honderd miljard euro waard — ruwweg duizend keer de verkoopprijs. Oud-topman Kees Koolen noemt die verkoop inmiddels een gemiste kans: er was in Europa geen geld te vinden om zelfstandig door te groeien. In Amerika wel.
Vaak hoor en lees ik: we lopen achter, we innoveren te weinig, we missen de boot. Maar dat beeld klopt niet, wat mij betreft. We vinden volop uit. We zijn er alleen slecht in om die vindingen vast te houden en te laten uitgroeien tot iets groots en blijvends. En dus raken we ze kwijt.
Dat is geen innovatieprobleem. En ook niet, zoals vaak wordt gedacht, een opschalingsprobleem — dat kan namelijk wél en het gebeurt ook. Het probleem is dat Nederlandse bedrijven zelden zelfstandig echt groot worden: onze vindingen groeien, maar blijven niet van ons. En de buitenlandse overname die er vaak op volgt, is daarvan niet de oorzaak — maar het gevolg. Gelukkig zijn er ook voorbeelden dat het wel kan. Bijvoorbeeld van bedrijven actief in digitalisering en deeptech. We vinden veel uit, de uitdaging ligt bij vasthouden. Daarover gaat deze blog.
De uitvinding is het probleem niet
Op de European Innovation Scoreboard 2025 staat Nederland derde van de EU, op 129 procent van het gemiddelde, en eerste op digitalisering. Het aantal spin-offs uit onze kennisinstellingen steeg sinds 2022 naar ruim 400 — ruim anderhalf keer zoveel als rond 2012. De input van het systeem is dus wel in orde. Nederland is wel degelijk innovatief.
We industrialiseren wel, maar de productiviteit in externe sectoren staat stil
Het industrie-aandeel daalde nominaal van ruim 14 procent (2000) naar 12 procent (2023), maar in reële termen groeide de toegevoegde waarde met 55 procent, en de industrie blijft onze grootste exporteur. Toch zit hier een onderliggende zwakte: RaboResearch laat zien dat de productiviteit in onze externe sector — de bedrijven die internationaal concurreren — al sinds 2012 nagenoeg stilstaat. Veertien jaar zonder vooruitgang per gewerkt uur.
Groot worden lukt, van onszelf blijven niet
Dát we slecht zouden zijn in opschalen — volgens het State of Dutch Tech 2026-rapport groeit 21,6 procent van onze startups door tot scale-up, net onder het Europese gemiddelde van 24,1 procent — is niet helemaar waar. Deeptech doet het bijvoorbeeld opvallend goed: 12 procent van het ecosysteem, maar 41 procent van alle scale-ups. We kúnnen dus wel degelijk opschalen.
Deeptech is klein in aantal, maar levert onevenredig veel doorgroeiers — bewijs dat opschalen hier kan. Bron: State of Dutch Tech 2026 / Maakindustrie.
Waarom is dit zo? De Nederlandse voorsprong in deeptech is grotendeels met publiek geld gebouwd: volgens het recente Techleap-rapport Capital in Deeptech komt 71 procent van het vroege kapitaal uit publieke financiering — de voorsprong komt dus vooral door publieke financiering, niet door een werkende private markt.
Zodra een bedrijf écht groot moet worden, kantelt de herkomst van het geld: bij de breakout-rondes van 50 tot 100 miljoen euro verdrievoudigde het Amerikaanse aandeel van 14 naar 40 procent, terwijl het Europese aandeel terugzakte van 55 naar 21 procent. De rondes zijn hier bovendien vaak klein — Europese deeptech haalt per ronde drie tot bijna vijf keer minder op dan de Amerikaanse concurrentie, die inmiddels 16,6 keer meer exitwaarde realiseerde. Deeptech is dus geen uitzondering op dit verhaal, maar het bewijs ervan: we vinden uit, we groeien tot een punt — en precies op de breakout-ronde wordt het kapitaal, en daarmee vaak de zeggenschap, buitenlands.
De "exit" van bedrijven bevestigt dit. Volgens State of Dutch Tech 2026 bestond meer dan 90 procent van de exits in 2025 uit overnames — van de 888 exits tussen 2019 en 2025 waren er elf een beursgang. Elf. Er kwam wel 2,64 miljard euro durfkapitaal binnen, maar driekwart van de AI-investeringen kwam uit het buitenland.

Zonder werkende kapitaalmarkt is verkoop bijna de enige uitgang. Bron: State of Dutch Tech 2026.
Voor wie wil doorgroeien blijft verkoop vaak de enige uitweg — precies het mechanisme uit het Booking-verhaal, twintig jaar geleden.
Wie we kwijtraakten, en wie niet
De beste voorbeelden komen uit de biotech, waar bijna alles begint als spin-off uit Nederlands onderzoek. Crucell, het Leidse biotechbedrijf dat de vaccindivisie van Johnson & Johnson zou worden, ging in 2011 voor 1,75 miljard euro naar het Amerikaanse concern. Acerta Pharma, in Oss opgericht door twee ex-Organon-onderzoekers, werd vanaf 2015 overgenomen door het Britse AstraZeneca in een deal die kon oplopen tot zeven miljard dollar — de grootste biotechovername in de Nederlandse geschiedenis. Kennis ontwikkeld in een Nederlands lab, verzilverd door een buitenlandse gigant.
Bij software zie je hetzelfde, met wisselende afloop. Mendix, het Rotterdamse low-codebedrijf met ruim 400 medewerkers, ging in 2018 voor 600 miljoen euro (730 miljoen dollar) naar het Duitse Siemens — al bleven het kantoor en de naam, en investeerde Siemens juist in de R&D hier. Een overname kan dus óók kapitaal terugbrengen.
Cybersecuritybedrijf Fox-IT, met 220 medewerkers, ging in 2015 voor 135 miljoen euro naar het Britse NCC Group. Maar: Fox Crypto, dat staatsgeheimen beveiligt en waarvan Defensie de grootste klant is, bleef alleen veilig doordat de Nederlandse staat er via Invest-NL een prioriteitsaandeel in nam.
Op een rij, wat we kwijtraakten:
| Bedrijf | Sector | Jaar | Koper (land) | Bedrag |
|---|---|---|---|---|
| Booking.com | reistech | 2005 | Priceline (VS) | € 110 mln |
| Crucell | biotech | 2011 | Johnson & Johnson (VS) | € 1,75 mrd |
| Acerta Pharma | biotech | 2015 | AstraZeneca (VK) | tot $ 7 mrd |
| Fox-IT | cybersecurity | 2015 | NCC Group (VK) | € 135 mln |
| Mendix | software | 2018 | Siemens (DE) | € 600 mln |
En toch: het hoeft niet. Toen chipmachinebouwer Mapper in 2019 failliet ging, kwamen mensen en patenten terecht bij ASML — en bléven Nederlands. Fotonicabedrijf Smart Photonics werd in 2020 bewust uit buitenlandse handen gehouden met 20 miljoen euro overheidsgeld, en haalde in 2025 nog eens 35 miljoen op in een door Nederland geleide ronde. Het verschil zat niet in talent of techniek, maar in de vraag of er op het beslissende moment Nederlands — of publiek — kapitaal beschikbaar was.
En dus kan het wél
Het bewijs dat het ook zelfstandig kán, staat in Amsterdam. Adyen, de betalingsverwerker achter onder meer Uber, Netflix en KLM, ging in 2018 naar de Amsterdamse beurs en groeide uit tot een van de waardevolste techbedrijven van Europa — tientallen miljarden euro's waard, en gewoon hier gebleven. Mollie groeide uit tot een miljardenbedrijf met de oprichter nog als meerderheidsaandeelhouder, en Bird werd vanuit Amsterdam een unicorn.
Het verschil met Booking is dat er ditmaal wél kapitaal was, en — bij Adyen — een beursgang om op terug te vallen. Precies de twee dingen die in 1996 ontbraken.
Drie voorbeelden:
| Bedrijf | Sector | Hoe |
|---|---|---|
| Adyen | fintech | Beursgang Amsterdam (2018); tientallen miljarden waard |
| Mollie | fintech | Zelfstandig miljardenbedrijf; oprichter nog meerderheidsaandeelhouder |
| Bird | communicatie | Unicorn, gebouwd vanuit Amsterdam |
Overnemen is niet hetzelfde als vertrekken
Volgens het CBS staat 64 procent van de multinationals in Nederland onder buitenlandse zeggenschap, en is de VS met zo'n 250.000 werknemers onze grootste buitenlandse werkgever. Maar bedrijven onder Nederlandse zeggenschap doen nog altijd 75 procent van alle private R&D. De Leidse biotechcampus bestaat nog, ook al heet Crucell nu Janssen. We behouden ruim de helft van onze internationale afgestudeerden, en Nederlandse bedrijven doen zelf één op de drie van hún overnames in het buitenland. De stroom gaat twee kanten op.
Maar zonder risico's is het niet. Verhuist niet alleen het eigendom maar ook het hoofdkantoor naar het buitenland, dan daalt bij het mkb de R&D in Nederland met 26 tot 46 procent. De vraag is dus niet óf er wordt overgenomen — voor een kleine, open economie is dat normaal. De vraag is of we genoeg nieuwe kampioenen bouwen om de uitstroom te compenseren, en of we de paar dingen die er strategisch toe doen in eigen hand houden.
Wat de markt uit zichzelf niet doet
Het ontbrekende stuk is geduldig geld: kapitaal voor de fase waarin een veelbelovend bedrijf groot en kapitaalintensief moet worden. Juist dat doet de markt uit zichzelf minder graag, omdat de risico's groot zijn en de opbrengst ver weg. Het is hetzelfde marktfalen dat wat mij betreft een rol van de overheid rechtvaardigt: investeren in de doorgroeifase, waar de markt het laat afweten. En het begint te gebeuren — via het Deep Tech Fonds van staatsinvesteerder Invest-NL ging dit voorjaar 19,5 miljoen euro naar de Delftse quantumchipmaker QuantWare, als deel van een ronde van 152 miljoen om de productie hiér op te schalen. Precies het soort kapitaal — groot, geduldig, bereid tot risico waar de markt afhaakt — dat in 1996 ontbrak.
En waar het er strategisch toe doet, is "behouden" geen luxe maar noodzaak. Fox Crypto bleef niet vanzelf in veilige handen. Dat strategische technologie ook eigen kapitaal vraagt, is ook steeds vaker zichtbaar: omdat financiers terughoudend zijn, steken de ministeries van Defensie en Economische Zaken en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen samen 100 miljoen euro in het SecFund — voor Nederlandse start- en scale-ups die aan dual-use technologie werken. Het is dezelfde les die ik trok over onze afhankelijkheid van externe partijen en over industriebeleid en afhankelijkheid: Nederland kan meer vasthouden dan we denken, als we het durven.
Tot slot
Booking vertrok van de campus in Enschede naar Amsterdam, en uiteindelijk naar Amerika. Eerst raakte Twente het kwijt, toen Nederland.
En toch: de basis is er. We staan in de top van Europa op innovatie, en Adyen, Mollie en Bird bewijzen dat doorgroeien hier kán — én dat van onszelf kan blijven. Wat vaak wel ontbreekt, is het laatste stuk: het kapitaal, het financieringsklimaat en de wil om door te pakken op het moment dat een bedrijf groot moet worden. Zolang we dat overslaan, blijft de uitkomst dezelfde als in 1996 — een geweldige Nederlandse vinding, en een ander die hem verzilvert.
Uitvinden kunnen we, nu nog vasthouden
Foto: hoofdkantoor Booking.com van Choinowski, via Wikimedia Commons (CC0 / publiek domein).