- Geplaatst op
- • Digitalisering
Industriebeleid en afhankelijkheid
- Auteur
-
-
- Gebruiker
- Ron Roozendaal
- Bericht van deze auteur
- Bericht van deze auteur
-
Het gebeurt vaak dat mensen mij vragen of het geen grote overstap is: van jaren werken aan overheidsdigitalisering naar de wereld van onbemenste systemen en Defensie. Dat is niet het geval. Niet alleen omdat ik privé al langere tijd betrokken ben bij steun aan Oekraïne. Ook omdat er in de praktijk juist veel dezelfde vraagstukken spelen.
Eén voorbeeld daarvan was de afgelopen weken weer veel in het nieuws, namelijk onze afhankelijkheid van niet Europese spelers. Dat leidde bijvoorbeeld tot maatschappelijk debat over de overname door een Amerikaans bedrijf van het Nederlandse bedrijf dat DigiD beheert. De verantwoordelijk staatssecretaris schreef daarover aan de Tweede Kamer:
Het beheer van het platform vraagt om een ervaren beheerorganisatie om de continuïteit en veiligheid van dienstverlening blijvend te kunnen borgen. Op dit moment is het niet mogelijk om het platform in eigen beheer te nemen vanwege het feit dat Logius niet beschikt over voldoende kennis en capaciteit.
Het besef dat we sommige dingen niet (meer) zelf kunnen is niet nieuw. Over die afhankelijkheid van externe producten en diensten schreef ik eerder al een uitgebreide blog. Met als conclusie dat we meer zelf zouden kunnen, als we dat zouden willen. Als overheid, maar ook als maatschappij.
Die afhankelijkheid van niet Europese spelers speelt ook in de wereld van Defensie. Wie de ontwikkelingen in Oekraïne volgt, ziet hoe het verkleinen van die afhankelijkheid een directe relatie heeft met overeind blijven staan en met voortzettingsvermogen in tijden van conflict. Toch kunnen we veel nog niet zelf. Veel belangrijker is daarom: wat willen we (weer) zelf kunnen, en hoe komen we daar.
De zekere gelatenheid die lijkt te zitten in de constatering dat we sterk afhankelijk zijn van niet Europese digitale dienstverleners kom ik in mijn huidige werk binnen Defensie veel minder tegen. Tekenend daarvoor is dat er expliciet Industrie- en innovatiebeleid is dat tot doel heeft op bepalende terreinen de kennis en productie zelf te blijven opbouwen:
Defensie neemt hierin de aanjagersrol. Om te beginnen maken wij bij grote materieelaankopen geld vrij voor innovatie. Daarbovenop investeren we extra in industrieopschaling en innovatie, specifiek in vijf gebieden waar Nederland sterk in is. Op deze 5 NLD gebieden gaan we sterker regievoeren en roadmaps ontwikkelen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen. We geven richting aan door te duiden waar we in 2030 en 2040 willen staan. We gaan als overheid optreden als smart developer op deze gebieden. In combinatie met de uitzonderlijke kennis en expertise in Nederland kunnen we hierin écht een verschil maken op het wereldtoneel.
Als je iets nog niet kunt, dan heeft het geen zin om alleen te bouwen op reguliere verwerving. Je zult eerst moeten investeren in opbouw van kennis en productie. Ook daarover is nagedacht:
Orders zijn nodig om de opschaling van de industrie mogelijk te maken. Daarom gaat Defensie vaker orders plaatsen bij Nederlandse en Europese partijen. Hiervoor past Defensie haar aanschafbeleid aan. We delen eerder onze operationele behoeftes en gaan veel eerder het gesprek aan met potentiële Nederlandse en Europese leveranciers. Het delen van behoeftes gebeurt door het ontwikkelen van roadmaps met partners en de vernieuwde inkooptrajecten. Ook wordt zwaarder meegewogen waar het product vandaan komt en hoe snel het kan worden geleverd, omdat dit direct bijdraagt aan het vergroten van de strategische autonomie en daarmee in het belang is van de nationale veiligheid.
Maar niet alleen orders zijn nodig. Industriebeleid gaat ook over het opbouwen van ecosystemen die nog niet bestaan op basis van kennis en producten die nog (verder) ontwikkeld moeten worden. Onbemenste systemen zijn zo'n "NLD-gebied" waar Nederland in wil investeren. Daarom lanceerde ik onder andere een samenwerkingsovereenkomst tussen een Nederlands dronebedrijf en de krijgsmacht en twee Challenges gericht op het onschadelijk maken van verschillende typen drones. Daarover schreven we aan de Kamer:
Defensie lanceert binnen het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS) dit najaar een nieuwe wijze van werken binnen het ecosysteem onbemenste systemen, waarbij Defensie de markt benadert om oplossingen te bieden voor een gewenst operationeel effect. Defensie, kennisinstellingen en industrie gaan in partnerschappen deze oplossingen samen ontwikkelen, produceren en opschalen. Indien de Nederlandse industrie (nog) niet kan voorzien in de (urgente) behoefte van de krijgsmacht, onderzoekt Defensie met een parallel traject of ontwikkeling en productie in Nederland op termijn wél kan worden gerealiseerd. Op deze wijze brengt Defensie de gestelde ambitie om als smart developer te acteren in de praktijk. Daarnaast doet Defensie dit jaar investeringen in de ontwikkeling en productie van dronecomponenten in Nederland, om de strategische risicovolle afhankelijkheden van het buitenland af te bouwen.
Dit is expliciet industriebeleid vanuit de behoefte om over voortzettingsvermogen te beschikken. Gericht op strategische componenten vanuit Nederlandse ecosystemen (als die van wereldklasse zijn, kunnen anderen niet makkelijk om je heen) en op strategische samenwerking ten behoeve van de opbouw van toonaangevende Nederlandse ecosystemen en producten. Juist omdat de constatering dat we afhankelijk en kwetsbaar zijn noopt tot handelen. En als dat leidt tot problemen op korte termijn, dan kopen we alsnog buiten Nederland en bouwen tegelijkertijd aan alternatieven.
De vraagstukken binnen Defensie zijn dus niet veel anders dan bij overheidsdigitalisering. De oplossingen lijken dat wel. Lerend van industriebeleid binnen Defensie zou ik zeggen: Nederland (en Europa) kan meer dan we soms denken. Misschien niet zoveel dat we alles zelf kunnen. Wel zoveel dat we “control points” hebben die er toe doen, we in geval van nood ook kunnen terugvallen op eigen kennis en producten en er geopolitiek wederzijdse afhankelijkheden ontstaan die voor meer evenwicht zorgen. "Gewoon" aanbesteden helpt daarbij niet. Expliciet industriebeleid in partnerschap tussen industrie, kennisinstellingen en overheid doet dat wel.