- Geplaatst op
- • Persoonlijk
Oekraïense overpeinzingen (2): innovatie door schaarste
- Auteur
-
-
- Gebruiker
- Ron Roozendaal
- Bericht van deze auteur
- Bericht van deze auteur
-
De kracht van schaarste
Dit is de tweede blog in een reeks overpeinzingen naar aanleiding van mijn bezoeken aan Oekraïne. In de eerste schreef ik over autonomie en over ongewenste afhankelijkheden. Deze tweede blog gaat over iets schijnbaar tegenstrijdigs: over hoe een tekort — aan geld, aan kennis, aan mensen, aan materieel — geen rem hoeft te zijn op vooruitgang, maar er soms juist de motor van is. Over schaarste als bron van creativiteit. Schaarste in geld, mensen en meer.
Schaarste in geld
Een land als Oekraïne kan zich geen wapensystemen van miljoenen per stuk veroorloven om de tegenstander te bestrijden die rijker is en groter. En dus gebeurde het tegenovergestelde van wat je zou verwachten. Systemen werden niet duurder, maar goedkoper. Niet groter, maar kleiner.
Een FPV-aanvalsdrone — first person view, bestuurd door een piloot met een videobril op — kost in Oekraïne een paar honderd dollar om te maken. Sommige schattingen leggen de kostprijs op zo'n 400 tot 500 dollar, en deze goedkope drones zouden verantwoordelijk zijn voor 60 tot 80 procent van de Russische verliezen. Vergelijk dat met wat ze vernietigen: tanks, pantservoertuigen, soms vliegtuigen op de grond. De verhouding tussen kosten en effect is volstrekt scheef — in het voordeel van de verdediger. Dat is nodig om een conflict lang te kunnen voorzetten.
Die ontwikkeling is geen toeval, het is een strategie. De aanpak van goedkope massa — de Russische linies verzadigen met grote aantallen goedkope, krachtige drones — wordt genoemd als reden van het tot stilstand brengen van het Russische winteroffensief, met als doel de Russische opmars te beperken én Oekraïense soldaten te sparen. Wie weinig mensen heeft en weinig geld, kan zich geen overwinning door dure systemen veroorloven. Die bedenkt een methode waarmee een drone van een paar honderd dollar een voertuig van een paar honderdduizend uitschakelt.
En het schaalt. Oekraïne ging van minder dan honderd drones bij het begin van de oorlog naar een productie van miljoenen per jaar — de FPV-productie steeg van 600.000 stuks in 2023 naar 2,2 miljoen in 2024. Wat begon in garages en hobbywerkplaatsen werd industrie.
Schaarste in mensen
Het tweede tekort is harder en pijnlijker: mensen. Oekraïne is in de minderheid en zal dat blijven. Rusland accepteert verliezen op een schaal die voor Oekraïne (en voor het Westen) ondenkbaar is. En precies dat dwingt tot een andere manier van denken.
Een drone-team aan het front bestaat soms uit niet meer dan vier mensen — één die de explosieven verzorgt, drie piloten. Meer is niet nodig om een doel te raken dat vroeger een artilleriebatterij vergde. Het is rekenen met het schaarse goed: niet "hoeveel mensen kunnen we inzetten", maar "hoeveel effect halen we uit zo min mogelijk mensen".
Een organisatie die zelf drones levert, vat de onderliggende logica scherp samen:
Het gebrek aan militaire en menselijke middelen in Oekraïne heeft geleid tot de noodzaak om creatieve manieren te vinden om oorlog te voeren.
Het tekort is de aanleiding tot de vinding. Niet ondanks, maar dankzij.
Schaarste in kennis — en hoe die zich verspreidt
Kennis-schaarste werkt anders dan bij geld of mensen. Je kunt kennis niet kopen aan het front. Je moet het maken, je moet het delen, en je moet het sneller delen dan de tegenstander.
De afstand tussen idee en slagveld is klein. Een drone-piloot beschreef moderne oorlogvoering als iets dat snelle tactische verschuivingen vereist en het bijna onmiddellijk inzetten van nieuwe technologie — vaak rechtstreeks van tekentafel naar slagveld. Geen jarenlange aanbestedingstrajecten. Geen testfase van maanden. Een idee 's ochtends, een prototype 's middags, feedback van het front 's avonds.
Joeri Myronenko, inspecteur-generaal van het Oekraïense ministerie van Defensie, verwoordde het tempo onlangs scherp tegenover Nieuwsuur: "Elke technologie die wij hebben ontdekt, overleeft niet langer dan drie tot zes maanden. De vijand vindt altijd een tegenactie." Stilstaan is verliezen. En dus zette Oekraïne na de inval het mes in zijn eigen voorschriften — traditionele militaire bureaucratie noemt diezelfde ambtenaar "de grootste vijand van innovatie" — en telt het land inmiddels zo'n 2.700 defensiebedrijven.
Die snelheid is niet toevallig. Via een platform als Brave1 — een door de Oekraïense overheid gesteund defensietech-cluster — worden militaire eenheden, startups, ingenieurs en investeerders aan elkaar geknoopt. Brigades beheren in een gedecentraliseerd inkoopsysteem hun eigen budgetten, soms uit donaties, en kunnen rechtstreeks de technologie bestellen die ze nodig hebben — waardoor de nieuwste innovaties meteen een afnemer hebben. De bureaucratie die soms defensie-inkoop verlamt, is eruit gesneden.
Het resultaat is een ecosysteem dat schaarste tot deugd maakt. Een waarnemer beschreef het mooi:
Schaarste aan middelen, beperkte financiering en industriële grenzen dwingen tot zorgvuldige toewijzing en onophoudelijke creatieve iteratie.
De waarnemer, die zelf een Oekraïense dronewerkplaats bezocht, ziet daarin een dieper verschil met de tegenstander. Waar Rusland het slagveld verzadigt met massa, slijpt Oekraïne scalpels in plaats van hamers — niet centrale defensie-inkoop, maar wat hij "co-ontwikkeling onder vuur" noemt.
De tegenstander leert mee
Het is niet zo dat Oekraïne creatief is en Rusland alleen maar groot en log. Rusland gebruikt zeker niet alleen tanks. Het leert mee, en het past dezelfde logica van goedkope massa toe — met groot effect.
Rusland heeft de productie van goedkope strijdmiddelen industrieel opgeschaald: loitering munitie als de Lancet, in eigen land gebouwde versies van de Iraanse Shahed-136 (de Geran), en sinds 2025 ook glasvezelbestuurde FPV-drones. Door zich te richten op bewezen, goedkope, in serie geproduceerde ontwerpen kon Moskou de output van een breed scala aan systemen snel verhogen. En het innoveert óók onder druk: de glasvezeldrone "Knyaz Vandal" — onkwetsbaar voor jammers omdat hij via een kabel wordt bestuurd — ging in 2025 in drie Russische regio's in massaproductie, ondanks westerse sancties. Russische aanpassingen aan de Shahed worden door de Oekraïense militaire inlichtingendienst nauwgezet gevolgd.
En zo ontstaat een wapenwedloop op basis van dagelijkse innovatie. Beide partijen zitten nu in een razendsnelle aanpassingscyclus: Russische industrie overspoelt het slagveld met goedkope massaproductie, terwijl Oekraïne de ontwikkeling van zijn eigen kosteneffectieve systemen versnelt. Glasvezeldrones worden inmiddels door beide kanten op grote schaal ingezet; tegen eind 2025 produceerde Oekraïne er naar schatting minstens 20.000 per maand, Rusland zo'n 50.000.
Dat is de keerzijde van schaarste als bron van innovatie: zodra zij werkt, werkt zij voor beide partijen. Elke vinding lokt een tegenvinding uit. Een drone die niet te jammen is, lokt een nieuwe manier van onderscheppen uit. Het tempo ligt niet stil omdat de ene partij slim is — het ligt zo hoog juist omdat beide partijen onder dezelfde druk staan en allebei leren. Schaarste maakt niet één kant creatief. Zij maakt de hele oorlog tot een laboratorium.
Meer geld is niet hetzelfde als meer weerbaarheid
En dat brengt me dichter bij huis. Want overal in Europa gaan de defensiebudgetten omhoog. De Europese militaire uitgaven stegen in 2025 met 14 procent en de uitgaven aan de inkoop van materieel overschreden de 100 miljard euro. Meer geld, meer weerbaarheid, zou je denken.
Maar ik vraag me af of het zo simpel is. Want er ligt een risico op de loer: dat meer geld vooral betekent meer van hetzelfde, maar dan duurder. De Europese defensie-uitgaven zijn de afgelopen drie jaar hoger geweest dan in welke vergelijkbare periode sinds de Koude Oorlog ook — en toch is de gezamenlijke materieelvoorraad onder het niveau van 2021.
Dat komt deels door inflatie, deels door het marktmechanisme dat Passchier in mijn eerste blog al beschreef: wie veel geld tegelijk uitgeeft aan een handvol grote leveranciers, maakt die leveranciers machtiger en hun producten duurder. Als alle Europese landen tegelijk dezelfde grote systemen willen kopen, stijgt de prijs — en krijg je voor je verdubbelde budget misschien niet het dubbele aan capaciteit. Een systeem dat door inflatie en tekort aan productiecapaciteit alleen maar duurder wordt, leidt tot minder weerbaarheid voor dezelfde rekening.
Ik zeg niet dat we minder aan defensie moeten uitgeven, daar is het de tijd niet naar. Maar stuurt meer geld ons wel vanzelf naar meer weerbaarheid? En zouden we niet, juist nu er meer geld is, iets van de logica van schaarste kunnen lenen — niet "wat is het grootste systeem dat we kunnen kopen", maar "hoeveel weerbaarheid halen we uit elke euro"? Niet één gouden systeem dat over tien jaar wordt geleverd, maar veel goedkope die snel te vervangen en door te ontwikkelen zijn?
Het is bijna een paradox: dat het de gedwongen zuinigheid is die de creativiteit aanjaagt, en dat wij die noodzaak misschien missen juist omdat we het geld hebben. Is het dan niet juist de kunst om die noodzaak te organiseren voordat zij zich aandient?
En wij dan?
En dus komt, net als in de vorige blog, de spiegel naar onszelf. Want wij hebben in het Westen geen tekort. We hebben grote budgetten, lange aanbestedingen, grote organisaties, jarenlange ontwikkeltrajecten. We hebben — om het woord uit mijn vorige blog te lenen — de luxe van overvloed.
Maar overvloed maakt soms ook traag. Het is in Oekraïne dat innovaties ontstaan die het Westen nu komt bestuderen. Tijdens de NAVO-oefening Hedgehog 2025 in Estland vormde een tegenpartij van zo'n tien Oekraïense drone-specialisten, uitgerust met hun zelf ontwikkelde Delta-systeem, de aanvalsmacht. Toen Britse en Estse eenheden — onderdeel van een troepenmacht van duizenden — begonnen te manoeuvreren, werden ze vrijwel onmiddellijk verslagen. De conclusie was ontnuchterend: de leerling onderwijst de meester. Niet omdat de leerling meer middelen had, maar omdat hij minder had en daardoor scherper moest zijn.
Dat is het ongemakkelijke inzicht van deze blog. We denken graag dat vooruitgang voortkomt uit méér investeren. Maar misschien komt de scherpste vooruitgang juist wel voort uit het tegenovergestelde: uit de noodzaak het met minder te doen.
En denk aan het broodrooster uit mijn vorige blog — de fabrikant die alles wat hem ooit uniek maakte was gaan inkopen, en met de expertise ook de innovatie verloor. Oekraïne doet precies het omgekeerde. Onder druk, en zonder de luxe om iets te kunnen uitbesteden, bouwt het de kennis juist zélf op. Weg expertise, weg innovatie, schreef Bert Hubert. In Oekraïne geldt het spiegelbeeld: eigen expertise, eigen innovatie. Schaarste dwong precies dat af wat overvloed bij ons soms wegneemt.
Tot slot
Ik wil schaarste niet romantiseren. Achter elke goedkope drone die een tank uitschakelt, zit een land dat die creativiteit niet vrijwillig koos. De prijs van deze innovatie wordt betaald in levens, in verwoeste steden, in een tekort dat niemand zou wensen. En de wapenwedloop die eruit voortkomt maakt het slagveld dodelijker — voor militairen én burgers. Creativiteit uit nood is nog altijd nood.
Mijn bezoeken aan Oekraïne hebben me hierover aan het denken gezet. Wij hebben de middelen en zij hebben de noodzaak. En het is de noodzaak die uitvindt. Ook wij kunnen de scherpte van schaarste opbrengen ondanks relatieve overvloed? Dat is waarom wij in de APOS Industry Challenges de prijs per uitschakeling als belangrijk criterium hebben meegenomen, net als de eis dat er in 6 maanden een werkend systeem moet zijn. Want leren van Oekraïne door creativiteit te stimuleren met schaarste, dat kan.