“Tunnelvisie op fraude leidt tot basishouding van wantrouwen”. Zo luidt een kopje in het verslag getiteld “Ongekend onrecht” van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

De conclusie van de commissie is onder meer dat de overheid meer moet vertrouwen en niet alles dicht moet regelen vanuit wantrouwen en fraudekans.

Aan die conclusie moest ik deze week vaak denken nadat RTL kopte: “Vaccinatieprogramma al maanden lek, iedereen kan voordringen en prik krijgen”. Veel media pakten het op. De teneur was vaak dat dit had moeten worden dicht geregeld.

Wat is er aan de hand. Mensen melden zich soms als zorgmedewerker voor een vaccinatie bij de GGD zonder dat ze echt zorgmedewerker zijn. Ze proberen voor te dringen. De GGD gaat daarbij uit van vertrouwen. Er is namelijk geen grote overheidsdatabase van mensen die in de zorg werken en op een zeker moment een prik moeten krijgen. Er is ook geen massale uitwisseling van data tussen elke zorgaanbieder en de GGD wie er een prik moet krijgen. Er is ook geen systeem waarbij precies kan worden gecontroleerd of je wel in de zorg werkt, waar je werkt en of je wel tot de doelgroep van dat moment behoort. Er is, kortom, geen vanuit wantrouwen gemaakt controlesysteem.

Wat er wel is? Vertrouwen. Vertrouwen dat mensen niet hun persoonlijk belang massaal laten gaan voor gezamenlijk belang. Vertrouwen dat de juiste mensen zich melden voor een prik. Er is wat de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag zocht, namelijk vertrouwen.

Ik ben daar persoonlijk blij mee. Blij dat dit niet is dicht geregeld. Vanuit het vertrouwen dat mensen niet massaal gaan voordringen.

Maar bovenal hoop ik persoonlijk dat voordringen niet leidt tot de reflex om het toch weer dicht te regelen.


Wellicht ten overvloede omdat het gebruik van het woord "persoonlijk" dat al aangaf: bovenstaande tekst is mijn persoonlijke opvatting.

Ja, ik ben ambtenaar. Het was een keuze die ik al vroeg maakte. Een keuze die sterk werd beïnvloed door één persoonlijke handeling, van één ambtenaar. Die ambtenaar was de vader van basisschoolgenoot Ineke van Staalduinen, en directeur van de Sociale Werkplaats in Oldenzaal (waar ze onder meer jarenlang de onverwoestbare BIOD-caravans maakten). Na een bedrijfsongeval dat leidde tot fysiek letsel, na de WAO die daarop volgde en op het moment dat verhuizing naderde omdat “het koophuis moest worden opgegeten” besloot die ene ambtenaar te vechten voor een kans voor mijn vader. Ik denk nu dat die beslissing waarschijnlijk niet helemaal netjes volgens de regels was. Maar het gaf wel de ruimte aan iemand om weer een toekomst op te bouwen. Gericht op een nieuwe start in het leven (woorden die ook in de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ worden gebruikt). Zijn moreel kompas stond - zo vul ik jaren later in - niet afgesteld op wat mocht, maar op wat wijs was.

Mijn vader kon door die persoonlijke betrokkenheid van één ambtenaar gaan werken op de sociale werkplaats. Aan “de verkeerde kant”, zo voelde hij dat. Bij de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De schaamte was groot, maar het leverde ook weer inkomen op. En diep respect voor en vriendschap met de mensen met wie hij vanaf dat moment werkte.

Die invloed ten goede op mensen en maatschappij, dat is wat me deed besluiten voor de overheid te gaan werken. Met (soms meer en soms minder) trots en ook met veel zelfspot. Als ik weer eens een foto twitter van mooi uitzicht uit een raam, bijvoorbeeld. Met regelmaat zijn ambtenaren als ik doelwit van grappen en spot. Dat is in sommige perioden meer dan anders. Ik herinner me bijvoorbeeld de periode van de Parlementaire enquête naar bouwfraude. Integriteit werd, terecht, nog belangrijker. “Het juiste doen” werd voor mij toen nog iets belangrijker. “Juist” in termen van “de hoogste lat” bijvoorbeeld. Niet voor niets werd besloten dat CoronaMelder aan alle toegankelijkheidseisen moet voldoen. Iedereen moet kunnen meedoen, zo leerde ik al jong van de gave groep “mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt” waar mijn vader er één van was.

Aan de enquête naar bouwfraude moest ik deze week weer denken. Het Kabinet viel na het rapport van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Die commissie schreef terecht: “een grondbeginsel van onze rechtsstaat is dat zowel bij het maken als bij het uitvoeren van wetten zoveel mogelijk rekening gehouden moet worden met de belangen van mensen.” In een indrukwekkend betoog in de NRC schreef Herman Tjeenk Willink terecht: "Alle betrokkenen moeten in de spiegel kijken", dus ook het parlement. De hoofdconclusie van de ondervragingscommissie is dat niet één maar alle drie de staatsmachten „reden hebben om in de spiegel te kijken”.

Enigszins beschaamd moet ik erkennen: dat geldt niet alleen voor die staatsmachten, het geldt ook voor mij. Als het niet verboden is, dan is het correct. Dat denk ook ik als ik de belastingaangifte invul. Dus kies ik voor een extra aftrekpost voor groen sparen, als dat belastingvoordeel oplevert. Hadden ze het maar niet mogelijk moeten maken.

Ons moreel kompas is - wat mij betreft - te vaak afgesteld op de grenzen (en de mazen) van de wet. Als gastouderopvang mogelijk wordt, dan vinden we het moreel correct om vanaf dat moment opa en oma te betalen voor hun wekelijkse dagje oppassen en daar een toeslag voor te vragen. Het mag, dus het klopt. Ook al kost het belastinggeld en was het eigenlijk niet de bedoeling. Maar ja, dan hadden ze het maar moeten verbieden! Als vaccins beschikbaar komen voor de acute zorg, dan melden ook restaurantmedewerkers zich aan. Want ja, het kan, dus het klopt. Hadden ze het maar moeten verbieden!

“Hadden ze het maar moeten verbieden” leidt bijna vanzelf tot meer verboden, tot meer regels en tot meer fraudebestrijding. In de spiegel kijken geldt daarom wat mij betreft voor iedereen. Een moreel kompas moet, zo is mijn persoonlijke beleidsopvatting die vanaf deze week openbaar wordt, niet staan afgesteld op de grenzen van de wet. Het is de lat die je zelf legt. De hoogste lat, wat mij betreft.

In een kast in mijn huis staat een dierbare herinnering aan mijn vader. Een minikastje van pitriet, gemaakt tijdens zijn verblijf in sanatorium Berg en Bosch. Hij verbleef daar vanwege TBC. Ver van huis want, zei hij, TBC was een straf van god en daar pasten schaamte en afstand bij. Terwijl Robert Koch al in 1882 had ontdekt dat TBC wordt veroorzaakt door een bacterie en niet door een boze god.

pitriet kastje gemaakt in sanatorium

Maar wat een bacterie is, hoe besmetting werkt: dat was niet bij iedereen bekend. Laat staan dat het echt werd begrepen. Bij het zoeken naar oorzaak en gevolg in barre tijden is “straf van god” een rustgevend houvast. Vertrouwen in experts en wetenschap was er ook toen blijkbaar niet genoeg bij dit grote katholieke gezin in het oosten van het land.

Het nieuwe coronavirus waart rond. We weten nu ook veel meer dan 70 jaar geleden. We weten wat RNA is, wat precies de opbouw is van een virus, hoe een virus zich repliceert. We kunnen volgen wat er gebeurt na infectie. En we leren heel snel en passen nieuwe inzichten direct toe in de zorgpraktijk.

Maar in zekere zin is de situatie niet anders dan ten tijde van de opname van mijn vader. Hoewel “we” steeds meer weten en begrijpen, zijn er ook nu maar weinig mensen die het echt allemaal snappen. Die wetenschappers zijn ook nog eens publieker geworden en hun voortschrijdende inzicht en onderlinge debatten bereiken iedereen. Met soms zorgwekkende digitale aanvallen tot gevolg,

Misschien is het zelfs wel ingewikkelder om op kennis te vertrouwen. Omdat onderling debat zo publiek is, en omdat het zo makkelijk is om alternatieve houvast gevende verhalen over het voetlicht te krijgen. Verhalen over vaccins die bedoeld zijn om witte mannen onvruchtbaar te maken (ja, dit kwam echt voorbij) of over de relatie tussen het aantal 5G-zendmasten en de hoeveelheid coronagevallen. Over dat laatste: ja, er is een correlatie tussen zendmasten en corona. Maar het een veroorzaakt niet het ander. Correlatie is namelijk niet hetzelfde als causaliteit, zoals Ionica Smeets mooi kan uitleggen . Een correlatie is er bijvoorbeeld ook tussen het aantal supermarkten en corona. Maar waarschijnlijker is dat de onderliggende echte oorzaak, de derde factor, zit in hoeveel mensen op een plek samenwonen en samen komen. Want daar houden virussen van, van mensen die dicht bij elkaar komen en elkaar besmetten.

Ik heb niet direct een antwoord op de verspreiding van bijzonder theorieën. Ik heb wel een eigen houvast. Nadat TBC langzamerhand in Nederland minder vaak voorkwam, naarmate de kennis en mogelijkheden van behandeling groeiden, verdween ook de behoefte aan een magisch houvast. Ik hou mij vast aan het vertrouwen dat dit ook voor corona zal gelden. Ik hou mij vast aan het vertrouwen dat een houvast steeds minder nodig zal zijn.

Dat was een hectisch weekend. De “appathon” die we organiseerden om mogelijke ondersteuning door apps van het bron- en contactonderzoek te beproeven zorgde voor veel reuring. Als “nerd” en “van de inhoud” was het een bijzondere ervaring om zo persoonlijk het gezicht te zijn. Met als gevolg dat ik mijzelf terug zag bij onder meer het journaal, RTL Nieuws en Hart van Nederland. “Note to self”: langzamer praten.

Bij een maatschappelijk debat als dit weekend horen stevige statements. “Nog nooit is zo zichtbaar, compact en goedkoop gedemonstreerd hoe totaal incompetent de overheid jaarlijks miljarden aan ICT wegpist”, bijvoorbeeld. Dat hoort er bij. Het laat me niet altijd koud, want (als nerd en van de inhoud) is “incompetent” niet een prettige kwalificatie. Maar het raakt me niet persoonlijk. Ik ben juist blij met alle gesprek. Hoe geweldloos - of juist niet - geformuleerd ook. Want daarvan worden resultaten beter.

Toch raken sommige dingen me wel. Bijvoorbeeld als ik beschuldigd word van het laks omgaan met privacy. En dat gebeurde afgelopen week veel. Dat raakt me. Want in de “Bio” staat al tijden dat ik daar juist “iets mee heb”. Om verschillende redenen, maar onderstaand voor mij heel dierbaar stukje papier is er één van. Het papiertje is één van de redenen dat ik - ruim na de oorlog - geboren kon worden.

Bevolkingsregister

Privacy kwam in twee onderwerpen aan bod afgelopen week. Onderwerpen waar ik bij betrokken ben en met balans en precisie in sta.

‘Miljoenen medisch dossiers open zonder toestemming’

Dit kopte de NRC. Zonder echte uitleg van wat er aan de hand is. De huidige technische oplossing van het beschikbaar krijgen van informatie bij bezoek aan een waarnemend huisarts (in het weekend, in de avond) is het van te voren raadpleegbaar maken van een samenvatting van de belangrijkste informatie. Zodat de arts die moet beslissen over wat te doen dat met voldoende informatie kan doen.

Dat vooraf raadpleegbaar maken van een samenvatting van huisartsgegevens vergt toestemming, omdat het gebeurt voordat je in het weekend bij een vervangende dokter komt. Logisch, want je weet nog helemaal niet of dat het geval zal zijn.

Die toestemming voor het raadpleegbaar maken van huisartsinformatie op de huisartsenpost hebben zo’n 8 miljoen mensen gegeven. Het grootste deel van de rest heeft er nog geen vraag over gekregen, en geen voorkeur bekend gemaakt.

Door Corona is de huisartsenzorg sterk belast. Op veel plekken zijn speciale “Corona-huisartsenposten” ingericht en gaat bijna niemand naar zijn eigen huisarts. Op die huisartsenpost is dus lang niet altijd de voorgeschiedenis of de medicatie bekend. Met als gevolg dat de triage vast dreigde te lopen, zeiden huisartsen. Patiënten en huisartsen drongen er op aan om voor de duur van de crisis ook voor de mensen die nog geen voorkeur hadden aangegeven een samenvatting van hun medische gegevens raadpleegbaar te maken voor als ze zich bij een huisartsenpost melden. De Autoriteit Persoonsgegevens keek mee en stelde als eis dat bij het raadplegen van informatie op een huisartsenpost daarvoor wel eerst mondeling toestemming moet worden gevraagd en dat er voor mensen zichtbaar gelogd moet worden wie heeft geraadpleegd. Dat is dan ook goed geborgd.

Zijn “miljoenen dossiers dus open zonder toestemming” vooraf? Ja, dat is feitelijk correct. Een samenvatting van het huisartsendossier is raadpleegbaar voor artsen op de huisartsenpost. Maar: daar moeten mensen alsnog toestemming geven, alles wordt gelogd, alleen zorgprofessionals kunnen erbij en het is tijdelijk voor de duur van de crisis. En voor mij belangrijk: recht op gezondheidszorg is ook een grondrecht. Juist vanwege het sneller kunnen helpen van mensen is dit op verzoek van patiënten en huisartsen geregeld.

Jammer dat die nuance niet altijd terugkomt. Wat een simpele “voor of tegen privacy” keuze lijkt is een afweging tussen belangen. Die iedereen die betrokken is zorgvuldig probeert te maken.

Tot slot: die technische oplossing van vooraf raadpleegbaar maken is dus niet ideaal. Mooier zou het zijn als de informatie pas wordt uitgewisseld met de eigen huisarts bij het bezoek aan de huisartsenpost. We hebben ook gevraagd om daar een nieuwe technische oplossing voor te vinden.

“Apps schenden de privacy”

Ook dit weekend werd ik er in persoonlijke berichten van beschuldigd: met het denken over apps voor het ondersteunen van het werk van de GGD zou ik betrokken zijn bij het verkwanselen van de privacy. Ook in dat gesprek mis ik soms de nuance.

Zo voel ik me, persoonlijk, beperkt in mijn bewegingsvrijheid in de huidige “intelligente” lock-down. Ik begrijp die beperking goed en houd me er aan. Maar het blijft een beperking van mijn recht. Op samenscholing bijvoorbeeld.

Waar dit weekend over ging is over het ondersteunen van het werk van de GGD bij bron- en contactopsporing. Want infectieziekten bestrijd je door snel te onderzoeken wie allemaal besmet kunnen zijn en wie de bron is en door op basis van die informatie snel maatregelen te nemen. Zo ook bij Corona. Dat betekent veel mensen traceren, bellen, spreken. Dat mag van de Wet Publieke Gezondheid, want het verwerken van die persoonsgegevens dient een doel: de gezondheid van ons allemaal.

De GGD denkt dat dit intensieve werk ondersteund kan worden door sneller en beter te weten wie er risico loopt. En als we het goed doen: met minder verwerking van persoonsgegevens. Want de eis aan apps was dat het anoniem gebeurt. Dat leidt dan misschien wel tot verwerking van minder persoonsgegevens dan nu, waar de GGD alle contacten met hulp van zieke mensen opspoort, spreekt, belt, kent.

Die nuance: we doen het (1) om de GGD te helpen om bij het verlichten van de lockdown Corona te kunnen blijven indammen en (2) wellicht kan het zelfs met verwerking van minder persoonsgegevens dan nu, die nuance kwam helaas zelden terug in het debat.

Naschrift

Dit is een persoonlijke blog over hoe ik geraakt kan worden. Dat kan ik door Spoorloos, door mooie luchten en ook door bovengenoemde dingen. Er schuilt namelijk gelukkig ook een mens achter de "top van het ministerie" (wat een compliment!). Maakt dat mij gegriefd door kritiek? Nee. Gaat dat geraakt worden over het verloop van iets dat waarbij ik in mijn werk betrokken ben? Nee. Het gaat over wat mij als persoon raakt. En zorgen maken is niet nodig, want ook na het kijken naar Spoorloos sta ik gewoon op en ga weer verder.

Soms kom je, online en offline, in discussies terecht waarin als eerste het oordeel wordt geveld en daarna pas het gesprek wordt gevoerd. Als het al wordt gevoerd. Zo’n gesprek begint dan al vanuit achterstand. Dat leidt tot aanval en verdediging en niet tot nieuwsgierigheid. Vandaag overkwam mij dat in een Twittergesprek over communiceren tussen zorgprofessionals en privacy. Dat is #makkelijkscoren, tegen een ambtenaar.

Ron is aardig, maar het zou niet misstaan om gewoon eens een weekje mee te draaien op de werkvloer. Ik weet zeker dat dan dit soort discussies wat makkelijker verlopen.

Oordelen vooraf dus, over mijn inhoudelijke standpunt en dat ik geen begrip voor de praktijk zou hebben. Maar over die inhoud straks meer. Eest over gesprekken zonder oordeel vooraf. Ik ben namelijk al jaren fan van geweldloze communicatie. Niet omdat ik niet tegen te snelle oordelen kan, maar omdat het leidt tot mooie gesprekken. Want achter iets dat je niet begrijpt zit vaak een verhaal dat, als het wordt uitgesproken, tot begrip leidt. Niet perse tot overeenstemming, maar wel tot een beter begrip van de argumenten en gevoelens van de ander.

Daar is ruimte voor een gesprek voor nodig, met nieuwsgierigheid voor wat de ander bedoelt en de mogelijkheid om vragen te stellen voor je een oordeel velt. Die ruimte is er niet altijd, bijvoorbeeld niet op sociale media als Twitter. De net iets meer dan 100 tekens nodigen uit tot ongenuanceerde teksten en #makkelijkscoren. Vandaag ging dat makkelijke scoren over de aanname dat ambtenaren (of in ieder geval deze ambtenaar) niets van de zorg begrijpen en daarom dingen roepen die niet kunnen.

Het ging erover dat dokters toch gewoon een onbekende dokter moeten kunnen bellen en om informatie moeten kunnen vragen. Ik reageerde vanuit kennis van de praktijk. Want, ja, dokters mogen in het kader van medebehandeling informatie uitwisselen. En ja, het zou fijn zijn als dat altijd vanuit vertrouwen kan. Maar ik ken genoeg andere verhalen uit de praktijk, ook van heel dichtbij. Bijvoorbeeld van baliemedewerkers van een huisartsenpraktijk die worden gebeld door iemand die zich als dokter voordoet om informatie over een patiënt los te peuteren. Een gescheiden ouder over een kind bijvoorbeeld, of een kind over zijn vader of moeder.

Ik heb groot vertrouwen in dokters en dat ze precies weten wat ze wel en niet kunnen delen. Dat ze alleen informatie delen als dat kan en mag. Dat kan bijvoorbeeld door een dokter via zijn ziekenhuis terug te bellen als ze gebeld worden en ze die dokter voor het eerst spreken. Om vanaf dat moment via de bekende rechtstreekse nummers te communiceren. Een dergelijke nuance krijg je alleen in een gesprek als je eerst de vraag stelt waarom iemand iets zegt of schrijft. Als je het oordeel uitstelt tot na het gesprek.

Hoewel iets meer dan honderd tekens niet uitnodigen tot nuance blijf ik reageren. Want alleen al het zichtbaar bestaan van verschillende meningen is belangrijk. Er is weinig zo slecht voor de discussie dan het bestaan van maar één standpunt.

Ik heb het nooit gezien maar kan het me wel voorstellen: mijn moeder met een ster. Wat ik ook nooit heb gezien maar me wel kan voorstellen: mijn vader die al spelend van de Duitsers stal. Gisteravond was ik samen stil met mijn kinderen. Niet omdat ik er op aandrong, maar omdat ze het zelf wilden. Ik was trots. Vrijheid lijkt iets vanzelfsprekends. Maar dat is het niet, toen niet en ook nu niet.

Ik ben van na de oorlog en moet het doen met die voorstellingen in mijn hoofd. Voorstellingen die al werden gebouwd in mijn jeugd waarin de oorlog nog een veel grotere rol speelde dan in de jeugd van mijn eigen kinderen. Bij mijn oma, die boos was op mijn opa als hij handelde met “de moffen”. In de familie van mijn moeder, waar het leed werd weggestopt. Als een struisvogel, ondanks de tientallen namen van directe familie in het boek dat ik in de kast heb staan met de namen van 101.414 joodse oorlogsslachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Nederland werden gedeporteerd en van wie geen graf bekend is. Wegstoppen werkte maar even. Aan het einde van haar leven kwam de oorlog in alle heftigheid terug in het hoofd van mijn oma.

Ik leef. Waar veel familieleden nooit kinderen hebben gekregen omdat ze omkwamen in plekken met beruchte namen als Auschwitz, overleefde mijn moeder wel. En dus kon ik, ruim twintig jaar na de oorlog, geboren worden. In het “Over mij” staat al een tijdje dat ik iets heb met privacy. Ik heb er iets mee omdat ik wel geboren kon worden.

Briefje uit bevolkingsregister: door brand kan de informatie niet worden verstrekt.

Het briefje dat ik erfde toen mijn opa overleed is simpel, en de betekenis vooral duidelijk met terugwerkende kracht. “Door een brand in het bevolkingsregister kan ik u niet van dienst zijn”. Het register, met daarin de gegevens van meer dan 70.000 Amsterdamse Joden, was doelwit geweest van een aanslag. Maar een paar van de aanslagplegers overleefden de oorlog. Hun doel: het moeilijker maken om mensen met een Joodse achtergrond op te pakken.

Vandaag vier ik de vrijheid. Vrijheid die ook kan bestaan doordat Gerrit van der Veen, Willem Arondéus, Johan Brouwer, Rudi Bloemgarten (een joodse verzetsman) en nog een aantal anderen hun leven gaven om ervoor te zorgen dat gegevens niet in de handen kwamen van de foute mensen.

Informatie delen doen we elke dag. Echte vriendschap kan alleen bestaan als je gekend bent en ook kwetsbare informatie in vertrouwen kunt delen. Goede zorg kan bestaan in de vertrouwelijke uitwisseling van informatie tussen dokter en patiënt. Kwetsbare informatie delen, kortom, kan alleen in het vertrouwen dat die niet misbruikt wordt.

Ik wil in vertrouwen gekend kunnen zijn. Daarom vier ik vandaag niet alleen de vrijheid. Vandaag vier ik ook de privacy.

Deze zomer had ik, waarschijnlijk net zoals veel van jullie, meer tijd dan normaal om te lezen. Ik las onder andere “Sapiens”, van Yuval Noah Harari. Een mooi boek over de ontwikkeling van de mensheid. De afgelopen honderden jaren is de maatschappij ingrijpend veranderd. We bedwongen de gevaren van de zee, bijvoorbeeld, en realiseerden land waar ooit alleen water was. Sommige ziekten zijn nagenoeg uitgeroeid. Niet alleen fysieke aandoeningen snappen we en kunnen we steeds vaker succesvol behandelen. Ook mentale problemen pakken we aan. We ontwikkelen nieuwe medicijnen en ook therapieën. EMDR bijvoorbeeld, of Cognitieve Gedragstherapie. In een paar sessies van je trauma af, of van je angst voor spinnen. We zijn gaan geloven in maakbaarheid. Soms terecht, maar soms ook helemaal niet. Want snelle oplossingen bestaan niet altijd.

Ik sprak met een radiotherapeut over mentale problemen na succesvolle oncologische behandeling. Die zijn helemaal niet makkelijk aan te pakken en zeker niet in een paar keer. Ook andere mentale schade is niet zomaar weg, ook al lijkt dat zo. Cognitieve Gedragstherapie, bijvoorbeeld, slaagt er bij een crisisopname succesvol in om acute problemen te stabiliseren. Emotieregulatie is het toverwoord. Maar is het onderliggend probleem daarmee aangepakt? Lang niet altijd. Huiselijk geweld op jonge leeftijd leidt tot trauma’s waarvan wellicht de flashbacks snel kunnen worden aangepakt, maar ook tot problemen in bijvoorbeeld hechting of persoonlijkheid die levenslang effect kunnen hebben. Seksueel misbruik bij kinderen, maar ook bij tieners en volwassenen, heeft effecten die langer duren dan 7 gesprekken. Een eetstoornis is niet in een maandje voorbij. Er is voor dit soort dingen ook geen uitgeschreven recept of garantie op succes. Niet voor therapeuten, en ook niet voor ouders. Sommige dingen zijn gewoon niet 1-2-3 oplosbaar. Omdat we dat wel zijn gaan geloven lijkt er minder ruimte voor langdurige begeleiding die veel meer gebaseerd is op ervaring dan op bewezen kortdurende therapie.

Ik worstel er zelf ook mee. Ook ik ben namelijk gaan geloven in “oplossen” en ga als me iets overkomt aan het “regelen”, terwijl dat geen enkele zin heeft. Hoe meer we begrijpen, hoe moeilijker het is om te accepteren dat sommige dingen niet makkelijk oplosbaar zijn. Ik leer het met vallen en opstaan. Maar wat is het moeilijk!

Deze serie persoonlijke blogs is gestart na het overlijden van Niels Schuddeboom. “Dansen met het systeem” was het credo van Niels. In een interview zei hij daarover:

“Ik wind me niet overal meer over op. Dat is de belangrijkste beslissing in mijn leven. De wijzende vinger schept afstand. Ik probeer de relatie in stand te houden en de humor niet te verliezen. Ik ga de dialoog aan en voer goede gesprekken. Ik heb leren dansen met het systeem.”

Ik zou het zo graag kunnen, me niet opwinden als ik zelf tegen “het systeem” aanloop. Maar het is me weer niet gelukt. Vandaag ontving ik een bericht waarover ik me toch weer opwind. Ik ben nieuwsgierig: wat zou er gebeuren als ik toch de dialoog aan ga? Deze blog is een oproep daartoe. Aan Veilig Thuis Haaglanden. Want ik blijf geloven in professionals die eigenlijk het beste willen maar gevangen zitten in systemen en de bedoeling uit het oog verliezen. Zonder hoop geen leven immers.

Begin 2015 viel bij ons een brief op de mat. Twee tieners woonden toen wegens omstandigheden een jaar bij mij. Maar toen dus die brief. “Er zijn ernstige zorgen” stond daarin. Zorgen gemeld door een hulpverlener die mijn gezin niet kende en alleen de ouder die uit beeld was. Onterechte meldingen gebeuren, dat weet ik. En onderzoek moet altijd, want een onveilige situatie wil je ontdekken. Maar het onderzoek dat werd ingesteld had grote gevolgen. Onnodige gevolgen, want een gesprek met betrokken hulpverleners had de zorgen direct weggenomen. Door het onderzoek stonden 9 lange weken in het teken van “wel of niet mogen blijven wonen in een veilig thuis”. Het verslechterde de situatie voor heel lang. Terwijl de uitslag van het onderzoek voorspelbaar was: natuurlijk had de melding geen enkele grond. Maar de schade was gedaan in de vorm van een sterk toegenomen gevoel van onveiligheid en een verslechterde band met hun andere ouder. Die heeft nu geen gezag meer, want deze onzekerheid over veilig mogen wonen wilden ze nooit meer voelen.

In 2017 kwamen we er achter dat Veilig Thuis in 2015 belangrijke dingen niet verteld heeft. Dingen die grote impact hadden toen ze alsnog en onhandig uitkwamen. Niet vertellen deden ze met goede bedoelingen maar is niet goed. Zo oordeelt tenminste de klachtencommissie, waar ook één van de kinderen vertelde hoe groot de impact is geweest. De klacht is gegrond, zo schrijven ze in een bericht dat we vandaag ontvingen.

Ik ben nieuwsgierig hoe Veilig Thuis deze uitspraak oppakt om van te leren. Wij zijn heel erg bereid om bij dat leren betrokken te zijn. Om met "the whole system in a room" te vertellen wat een onderzoek doet en ideeën uit te wisselen hoe dat beter zou kunnen. In, zoals Niels zou hebben gezegd, een dialoog met goede gesprekken.

Naschrift

Op sociale media wordt deze blog aangegrepen om met de vinger te wijzen naar Veilig Thuis en naar iedereen betrokken bij zorg voor de jeugd. Ik betreur dat en neem er afstand van. Een groep bevlogen professionals met hart voor mijn kinderen zet zich al jaren in voor hun toekomst. Daarbij: "de wijzende vinger schept afstand. Ik probeer de relatie in stand te houden en de humor niet te verliezen. Ik ga de dialoog aan en voer goede gesprekken".

Ik ben overtuigd van de betrokkenheid en goede wil van professionals in de zorg. Ook in die van de verpleegkundige die melding deed (omdat ze de situatie niet helemaal kende) en van de medewerkers van Veilig Thuis. Iedereen kan leren van elke casus die zich voordoet. Zodat het systeem en de mensen werken volgens de bedoeling. #Shakingtree #Fakkeldragers.

Fakkeldragers

Vandaag ontving ik een kopie van brieven aan de huisarts die me terugbrachten naar een periode die gelukkig achter me ligt. Ik schreef er vorige maand al over, maar toen vooral over de steun van de gemeente en van therapeuten bij de oplossing. Die oplossing was niet voor niets nodig en kwam na een teleurstellende ervaring met een gespecialiseerde kliniek.

Soms gebeuren er namelijk dingen in het leven van kinderen die je niemand gunt. Mijn twee meiden overkwam het. Maar gelukkig zijn er mensen die gespecialiseerd zijn in de hulp die dan nodig is. Ik was heel erg blij met de vrijgevestigde en gespecialiseerde therapeuten die betrokken raakten. Met hart voor de kinderen en hun behoeften.

Maar soms is ook dat niet genoeg. In mijn geval was dat begin vorig jaar zo. Dolblij was ik met de academische kliniek die toen opvang bood. Voor hen ook spannend: twee tieners met een pittig verleden en complexe hulpvraag. Ze hadden het nog nooit gedaan. Maar ze boden ze een tijd onderdak en stabiliseerden de situatie. Dat deden ze knap. Daardoor kwam er ruimte voor het aanpakken van de oorzaak. “We gaan net zo lang door als nodig is”, was de belofte. Maar daarbij dachten ze, zonder dat te zeggen: “dat is maar een paar maanden want langer mogen we niet”.

Natuurlijk bleek dat niet zo, want trauma en hechting los je niet op met een paar sessies cognitieve gedragstherapie of een paar gesprekken met het gezin. Na een paar maanden werden we dus letterlijk in de steek gelaten. Midden in het proces. Want van “de regels” mag na verblijf de voortgezette behandeling niet lang worden voortgezet. Dat werd ons tenminste ineens verteld. Geen regels van de bekostigende gemeente, want die was gewoon bereid te betalen. Eigen regels blijkbaar. Los van de bedoeling van de regels, los van het belang van twee tieners. De tijd was op. Geen opvolging, geen nieuwe behandelaars in beeld en sterk geschaad vertrouwen bij twee toch al beschadigde tieners.

Vandaag dus een eindbrief aan de huisarts waarin dat ook letterlijk als reden staat. Onverwacht, want dat geeft het wel erg bloot.

“Als systeemtherapeuten konden we niet te lang doorgaan na de opname.”

Het staat er echt. Gelukkig lukte het me andere therapeuten te vinden die het wel durven aangaan en was de gemeente bereid dat te helpen realiseren. Maar toch. Van welke regels mocht dat niet dan? En waarom dan niet verantwoordelijkheid nemen voor opvolging en voor het lot van de twee tieners? Tommie Niessen schreef een mooie blog over regels, en dat je die soms juist niet moet volgen. Hij besloot de regels te negeren omdat ze strijdig zijn met de bedoeling. Wat zou ik het gaaf gevonden hebben als ik mensen als Tommie was tegengekomen in de kliniek. En wat zou het mooi zijn als er een beweging op gang kwam van mensen in de zorg die werken volgens de bedoeling van de regels. Want de regel “we kunnen niet te lang doorgaan”, die bestaat helemaal niet. Niet in de regels van de Jeugdwet, niet in de regels van de Gemeente Den Haag die het geld verstrekt.

Nee. De regel "we kunnen niet te lang doorgaan", die bestaat alleen in de bureaucratie van deze kliniek.

Ken jij Secrid? Made in Holland en een succes in de hele wereld. Veel mensen lopen er mee. In 2009 was de leerindustrie bijna verdwenen richting lagelonenlanden. Nu worden deze functionele fashionstatements gewoon weer gemaakt in Nederland. Waaronder in de Sociale Werkplaats in Leiden. Door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een omgeving en met taken die op hen zijn afgestemd.

Dat raakt me, ook persoonlijk. Ik was 8 toen mijn vader een ongeluk kreeg waardoor hij het werk dat hij deed niet meer kon doen. Een paar jaar later belandde hij op een sociale werkplaats. Aan de verkeerde kant, zoals hij zelf omschreef. De afstand tussen de ambtenaren en de medewerkers was er nog erg groot. Ik maakte kennis met mooie mensen die bevlogen en met veel plezier hun werk deden. Ze maakten ook toen al producten van hoge kwaliteit die veel mensen kennen. De BIOD-Caravan bijvoorbeeld.

De beleving van mijn vader raakte mij als tienerzoon. Het is oprecht mooi dat we banen vormen rondom mensen met een beperking. Ik geloof daarom in de noodzaak van "Jobcarving". Maar hij bleef daarnaast naar mij herhalen dat voor een deel van de mensen met wie hij werkte, onder wie hijzelf, ook een gewone baan mogelijk was. Als er maar rekening werd gehouden met wat hij kon, en met wat hij niet meer kon.

Vanwaar deze lange introductie? Afgelopen maand hadden wij zelf een vacature. Ik vertelde op sociale media dat ik hoopte dat ook ervaringsdeskundigen en mensen met een beperking zouden reageren. Logisch dat de reactie kwam: "dat kan niet bij deze baan en met deze taken. Je moet veel meer rekening houden met minder uren, beperkte opleiding, etc". Dat snap ik, niet voor niets geloof ik in "jobcarving". Maar ik ben een kind van mijn opvoeding en van het geloof dat er genoeg mensen met een beperking zijn die dezelfde resultaten kunnen bereiken als anderen, als we maar met hun mogelijkheden en onmogelijkheden rekening houden. Vandaar dat ik ook bij deze vacature hen opriep te reageren.