Ron Roozendaal
Ron Roozendaal
Geplaatst op
Persoonlijk

Oekraïense overpeinzingen (4): over mensen, hun samenwerking en hun veerkracht

Auteur
Oekraïense overpeinzingen (4): over mensen, hun samenwerking en hun veerkracht

Dit is de vierde blog in mijn reeks Oekraïense overpeinzingen. In deel 1 schreef ik over autonomie en over ongewenste afhankelijkheden, in deel 2 over schaarste als motor van innovatie, en in deel 3 over de verschuiving van bemenst naar onbemenst — van de soldaat met een wapen naar de operator achter een scherm. Drie keer ging het, in de kern, over techniek en innovatie.

Maar achter die techniek en innovatie, achter elke drone, achter elk initiatief zitten mensen. Deze blog gaat over hen: over de mensen en hoe zij zich organiseren, elkaar vertrouwen en overeind blijven terwijl huizen vernietigd worden, vrienden sterven en het luchtalarm telkens afgaat. Want die veerkracht en de steun uit de hele wereld is misschien wel het meest indrukwekkende van alles wat ik zag. Daarom eindigt deze blog met een uitnodiging om ook mee te doen en bij te dragen.

De oorlog is tastbaar dichtbij

De afgelopen jaren ben ik meerdere keren in Oekraïne geweest. Met auto's en hulpgoederen, vooral naar het oosten van het land, daar waar de frontlinie dichtbij is. Ik sloot aan bij vrienden die dit al doen sinds het begin van de oorlog; mijn recente sabbatical in 2024 gaf me ruimte om nog meer bij te dragen. Samen richtten we een stichting op, zodat opschaling en professionalisering makkelijker werden. We zorgden en blijven zorgen voor honderden auto's en talloze vrachtwagens vol met hulpgoederen.

Dat ik dit doe, komt ergens vandaan. Ik groeide op met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen van mijn ouders en familie, met de gedachte dat we mede zijn bevrijd door landen die niet zelf in oorlog waren, en met de gedachte dat het goed is om te doen wat je kunt. Eerder schreef ik al dat het verzet in Amsterdam bijdroeg aan mijn bestaan.

Vanaf Utrecht is het in kilometers en in tijd net zo ver rijden naar Oekraïne als naar Barcelona. Zo dichtbij is de oorlog — en zo reëel dus ook de gedachte dat ook wijzelf niet onkwetsbaar zijn. In de talloze gesprekken die ik voerde viel me telkens één ding op: bijna alles waar wij in Nederland nog abstract over praten, is in Oekraïne concreet geworden. Dat contrast — abstract bij ons, levensecht bij hen — is groot.

De mensen

Wat ik in blog 1 tot en met 3 beschreef — de autonomie, de innovatie uit schaarste, de onbemenste revolutie — draait uiteindelijk niet om techniek, maar om mensen. "Zelf kunnen" is in Oekraïne geen individuele prestatie; het is het werk van mensen die elkaar weten te vinden.

Het begint bij knappe koppen. In Charkiv studeerden 300.000 mensen, en Oekraïne telt 135 universiteiten. Ik kom er veel afgestudeerden tegen die hun kennis bijvoorbeeld inzetten op cybersecurity, drones, navigatie en scheikunde. Die mindset — werken met wat beschikbaar is — ontstaat vooral in tijden van crisis; ik herken het ook van de ethische hackers met wie ik graag samenwerk. Daaronder zitten heel verschillende typen mensen. De luxe om een homogene bubbel samen te stellen is er niet — en maar goed ook. Diversiteit is hier geen luxe maar noodzaak: juist als je een probleem van alle kanten wilt bekijken en onverwachte oplossingen zoekt, draagt iedereen op de eigen manier bij.

Netwerken in plaats van hiërarchie

Lange verticale sturingslijnen en bureaucratie werken maar beperkt in tijden van crisis. Slagvaardigheid ontstaat juist waar lokale autonomie bestaat en mensen samenwerken. Sommige voorbeelden herken ik pijnlijk goed uit mijn tientallen jaren bij de overheid — zoals de gedachte dat je bij innovatie vooraf voor twee jaar projectplannen en een sluitende financiële plaat kunt eisen. of kunt vragen "wat je precies krijgt voor het geld". Ook de overheid in Oekraïne stelde die vragen in het begin. In Oekraïne zag ik daarom veel lokale initiatieven die op basis van crowdfunding aan de slag gingen en een succes vervolgens ter beschikking stelden aan de samenleving of aan individuele legereenheden. Of eenheden die onderling materiaal en munitie ruilen, omdat dat veel sneller gaat dan de standaardprocessen.

Zo ontstaan kleine groepen die intensief samenwerken. Binnen zo'n groep is onderling vertrouwen niet moeilijk: je kent elkaar. Dat vertrouwen is in oorlogstijd cruciaal — om niet in beeld te komen bij de Russen, net zoals het in ons eigen verleden ging om niet aangegeven te worden. Mensen zijn daarom extra precies in wat operations security heet: pseudoniemen, geen gegevens delen, heel bewust in wat ze wel en niet vertellen. Ook mijn Nederlandse simkaart gaat uit zodra ik over de grens ben — een bewegende Europese Simkaart is immers ook informatie.

Kleine groepen hebben ook grenzen: niet alle kennis aan boord, soms domweg meer handen nodig. De grote netwerken die ik tegenkom zijn in de praktijk vooral verbindingen tússen kleine groepen — een familielid of studiegenoot in een andere stad als schakel. Het idee achter six degrees of separation, dat iedereen via een handvol schakels met iedereen verbonden is, zie je hier dagelijks in actie. Indrukwekkend vind ik bijvoorbeeld de ondernemer bij Dnipro die nog steeds op grote schaal met Europa handelt en voor ons met regelmaat pallets met medische hulpgoederen meeneemt — een contact op twee "handshakes" van één van onze contactpersonen in Charkiv. De lading gaat na aankomst vaak "op de post". Met een postbedrijf dat op dit moment een grote rol speelt in de binnenlandse logistiek, met sterk gereduceerde tarieven voor humanitaire hulp.

Welke regio's, welke initiatieven en welke eenheden van al die innovatie profiteren, hangt mede af van hun aantrekkingskracht — en die hangt weer samen met handig gebruik van sociale media en crowdfunding. Dit alles kan omdat door de oorlog het maatschappelijk middenveld tot bloei is gekomen: ontelbare initiatieven van ondernemers, ambtenaren en inwoners. Wij werken bijvoorbeeld vaak samen met Through the War en ETOC. Naast de formele lijnen zijn zo slagvaardige horizontale verbanden ontstaan.

Veerkracht

Uit dit alles blijkt voor mij vooral één ding: veerkracht bepaalt hoe ver je komt. De wil om te weerstaan en niet op te geven is groot. Ik stond twee dagen na een aanval bij een flat in Charkiv; de schade was nog goed te zien, maar alles was alweer opgeruimd. Restaurants blijven open — gerechten met "GEN" erachter zijn ook te maken als de stroom uitvalt — en de dierentuin, de nagelsalon, de kapper en de bouwmarkt draaien bijna als gewoonlijk. Mensen gaan uit en vieren het leven. De treinen rijden bijna altijd stipt op tijd. Dat is voor mij elke keer weer de grootste verrassing: hoe veerkrachtig een samenleving in zware tijden kan zijn.

Zijn we naïef?

Tijdens mijn bezoeken vraag ik me telkens af: hoe zouden wíj ons houden als ons dit overkwam? Als we zouden moeten bedelen om de middelen die we hebben te mogen inzetten? Als miljoenen mensen elders moeten worden opgevangen, de stroom geregeld uitvalt en je niet zeker weet wie je kunt vertrouwen? De overheid zegt dat we rekening moeten houden met oorlog. Hoe naïef zijn we als we denken dat het ons niet kan overkomen?

Decennialang was een grootschalige oorlog in Europa voor ons ondenkbaar, met "nooit meer oorlog" als anker en de val van de muur als bewijs. Maar "nooit meer" veranderde de afgelopen tien jaar in "misschien ooit". En "misschien ooit" lijkt nu heel dichtbij. Dat de NAVO betrokken kan raken bij een grootschalig militair conflict is niet denkbeeldig.

Het netwerk stopt niet bij de grens

De netwerken van mensen die helpen houden niet op bij de Oekraïense grens. Ze lopen door Europa heen, tot in Nederland — en de verrassendste schakels zijn vaak heel gewone mensen. Neem de twee Brabantse frietbakkers Franky en Coen, die keer op keer met hun frietkraam naar het oosten van Oekraïne rijden om gratis friet en snacks uit te delen aan burgers, vluchtelingen en militairen — soms vlak bij het front. Ooit zelfs op een plek die door een raket werd geraakt, en inmiddels ook met een eigen opvangcentrum in Dnipro. Twee snackbarhouders uit Brabant als knooppunt in een Oekraïens hulpnetwerk: je verzint het niet, en toch is het precies hoe het werkt.

Zulke initiatieven zijn er talloze, groot en klein. Elk ervan is een schakel die Oekraïne verbindt met mensen ver daarbuiten — en zo is ook onze eigen stichting Aid to Ukraine zo'n schakel.

Doe mee

Hulpverlening in Oekraine - Stichting Aid to Ukraine

Wil je iets doen? Met onze stichting Aid to Ukraine brengen we auto's, traumamiddelen en ICT direct naar de mensen in Charkiv die er het meest aan hebben. Klein van schaal, maar concreet: de goede spullen, bij de goede mensen. Elke bijdrage helpt mee aan een volgend transport.

Doneren kan via de Tikkie-link of op rekening NL27 ABNA 0138 2482 57 t.n.v. Stichting Aid to Ukraine. De stichting heeft een ANBI-status, dus je gift is aftrekbaar (RSIN 866916556). Meer over wat we doen en hoe, lees je op www.aidtoukraine.nl.