Ron Roozendaal
Ron Roozendaal
Geplaatst op
• Persoonlijk

Waarom werk je weer mee Ron?

Auteur
Waarom werk je weer mee Ron?

In 2021 kreeg ik regelmatig de vraag waarom ik meewerkte aan CoronaCheck. Ik schreef er toen een blog over, over privacy by design en de keuzes die we daarbij bewust maakten, en dat werd een van mijn meest gelezen stukken.

Sinds vorig jaar werk ik voor Defensie, als Gezant Onbemenste Systemen, en ik krijg dezelfde vraag nu weer vaak. Meestal uit nieuwsgierigheid, maar vaak ook met wat verbazing. Omdat mensen mij vooral kennen van innovatie in het openbaar bestuur en digitalisering. Daarom hier een poging om uit te leggen waarom ik dit werk doe.

Opgegroeid in de vrede

Ik ben geboren in januari 1966. In de jaren dat mijn generatie in dienst moest telde een jaarlichting zo'n 120.000 jongens (inclusie was toen nog iets anders dan nu), terwijl Defensie er volgens de Defensienota van 1984 jaarlijks maar 45.000 nodig had. Een flink deel van die jongens, ik ook, werd daarom buitengewoon dienstplichtig verklaard. Je bleef dan wel dienstplichtig, maar in vredestijd werd je in de regel niet opgeroepen. Alleen bij oorlog of andere buitengewone omstandigheden. Ik heb daar toen niet echt bij stilgestaan, want de kans dat het ooit zover zou komen leek klein.

Na de val van de Muur leek de vrede in Europa er voor altijd te zijn, en Nederland bezuinigde op defensie. In 1990 telde de krijgsmacht 261.000 mensen en in 2017 waren dat er nog 46.900. Alle tanks werden afgeschreven of verkocht en de NAVO-norm van twee procent haalden we voor het laatst in 1994. Sinds 1 mei 1997 is de opkomstplicht uitgesteld. Ik vond dat allemaal logisch, en zelf werkte ik aan hele andere dingen dan nu, namelijk aan informatiebeleid voor de zorg en digitalisering van de overheid. Ver van Defensie.

Met eigen ogen in Oekraïne

Ik groeide wel op met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen van mijn ouders en familie, met de verhalen van mijn Joodse oma en met het besef dat we mede bevrijd waren door Amerikanen en Canadezen. Daar schreef ik over in mijn eerste Oekraïense overpeinzing, toen ik tijdens mijn sabbatical met vrienden auto's en hulpgoederen naar het oosten van Oekraïne begon te rijden. Ik vond toen dat het goed is om in tijden van crisis te doen wat je kunt, en dat vind ik nog steeds.

In Kharkiv gaan restaurants na een aanval gewoon weer open en rijden de treinen vaak op tijd, zoals ik in de vierde overpeinzing beschreef. De mensen die ik daar spreek willen niet opgeven, en dat komt vooral doordat ze goed weten wat er gebeurt als ze dat wel doen. Ze hebben gezien wat er in Boetsja gebeurde, waar na de Russische terugtrekking zeker 300 doden werden gevonden. In mijn bezoeken aan die stad ben ik elke keer onder de indruk van zowel de nog zichtbare overblijfselen van die tijd als de weerbaarheid van de inwoners.

Door de oorlog beschadigd gebouw in Boetsja

In de bezette gebieden worden volgens onderzoekers die in opdracht van de OVSE keken zo'n 1,6 miljoen kinderen systematisch geïndoctrineerd, en duizenden kinderen zijn naar Rusland gedeporteerd, van wie de meesten niet zijn teruggekomen. Ook waar niet meer geschoten wordt, leven mensen dus onder een bezetter die hun kinderen afpakt en het leven zwaar maakt. Niet in vrijheid.

Stoppen met wapens sturen?

Eind september stonden er duizenden mensen op de Dam bij het Nationaal Vredesprotest "Stop de oorlogskoorts". De organisatoren, FNV Young & United, de LSVb en de Nieuwe Vredesbeweging, keerden zich tegen hogere defensie-uitgaven en een mogelijke terugkeer van de dienstplicht, en zetten vraagtekens bij de militaire steun aan Oekraïne. Een van de sprekers vond het naïef om te denken dat bewapening tot vrede leidt. Rob Bauer, tot vorig jaar voorzitter van het Militair Comité van de NAVO, noemde het protest een dag later op televisie "onbegrijpelijk" en zei dat het voor hem geen oproep tot vrede was.

Het gezin dat op de Dam stond omdat ze hun kinderen niet naar het front willen sturen begrijp ik goed, want dat wil niemand. Toch vind ik de oproep om te stoppen met wapens sturen ingewikkeld. Aan de andere kant van de Dam stonden drie jonge vrouwen uit Oekraïne en Moldavië die zeiden dat er zonder wapens aan Oekraïne mensen doodgaan, en ik zie in al mijn privébezoeken aan hun land dat ze gelijk hebben. Als Oekraïne stopt met vechten houdt het schieten aan het front misschien op, maar de mensen die dan aan de Russische kant van die lijn wonen, blijven onder dezelfde bezetter en onderdrukking leven. Niet in vrijheid.

Het Amerikaanse vredesplan van vorig najaar maakte goed zichtbaar wat er dan van Oekraïne gevraagd wordt. Volgens Amerikaanse media zou het land de hele oostelijke Donbas moeten afstaan, inclusief het deel dat Rusland nooit veroverde. En daarnaast het leger moeten inkrimpen en langeafstandswapens moeten inleveren. In het vrije deel van Donetsk wonen nog ruim 200.000 Oekraïners, en het verbaast me dan ook niet dat driekwart van de Oekraïners zo'n plan afwees.

Hadden wij Nederland verdeeld in de winter van 1944?

Bij zulke oproepen denk ik vaak aan Nederland in het najaar van 1944. Na het mislukken van Market Garden was Nederland een verdeeld land. Het zuiden was bevrijd, terwijl de bezetting van boven de rivieren nog ruim een half jaar voortduurde. In de hongerwinter die volgde stierven zeker 20.000 mensen door honger, ziekte en ontberingen.

Kaart bezet en vrij deel Nederland eind 1944

Stel dat er die winter een beweging was opgestaan die vond dat het genoeg was geweest, omdat het zuiden vrij was en er al zoveel doden waren gevallen. En die daarom wilde dat de geallieerden de wapens neerlegden en een akkoord sloten. Dan waren Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bezet gebleven, met alles wat daarbij hoorde. Ik kan me niet voorstellen dat de generatie van mijn ouders dat vrede had genoemd. Toch vragen we ongeveer hetzelfde van Oekraïne als we zeggen dat de wapens moeten zwijgen terwijl bezetting en onderdrukking doorgaan.

Daarom werk ik mee

Ik ben geen militair en hou me vooral bezig met onbemenste systemen. Maar ik werk dus wel bewust mee aan bewapening. In Oekraïne zie je hoe de oorlog verschuift van bemenst, schaars en duur naar onbemenst, massaal en goedkoop, en ook wij moeten ons daar op voorbereiden. Bij Defensie werken we daarom aan samenwerking met Nederlandse dronebedrijven en daarom bijvoorbeeld aan challenges om de industrie aan te jagen. Ik doe dat omdat ik denk dat een land dat zich goed kan verdedigen minder snel wordt aangevallen. Bauer zei in hetzelfde interview dat hij de oorlogsdreiging niet maakt door erover te praten, maar dat die er nou eenmaal is door Rusland, en daar ben ik het mee eens.

Volgens mij willen de jongeren op de Dam en ik uiteindelijk hetzelfde, namelijk dat zij nooit naar het front hoeven. Ik denk alleen dat de kans daarop kleiner wordt als Europa sterk genoeg is en Oekraïne kan blijven laten zien dat een aanval niet loont. Als we nu stoppen met wapens sturen, leert Moskou daarvan vooral dat het kan wachten tot wij opgeven.

Mijn eigen buitengewone dienstplicht is inmiddels verlopen, want die geldt tot je 45e. Ik werk dus mee zonder dat ik ben opgeroepen, en dat voelt eigenlijk wel goed.

(Foto: zelf gemaakt in Kharkiv, de dag na een aanval op een kleuterschool)